Wat heerst er toch een angstige onderdanigheid ,bijna op het kruiperige af, onder veel mensen. Men vraagt tegenwoordig niet meer kan ik u helpen of waarmee kan ik u van dienst zijn wanneer je een winkel betreed oh neen. Het eerste wat men vraagt is' heeft u een mondkapje bij u.' Wanneer ik braaf nee zeg en erachteraan meteen maar even vertel dat ik een ontheffing heb en alleen iets wil vragen, mag ik mijn vraag buiten de winkel stellen terwijl de dame in kwestie op de drempel van de winkel blijft staan. Onder het mom van 'wij zijn zuinig op ons personeel, jaja je doet het toch allemaal voor de ander?
Stoïcijns als ik ben, stel ik kalm mijn vraag en op hetzelfde moment weet ik het antwoord al. Dan komt er een wat oudere heer, die breeduit voor de deuropening een beetje schuin achter mij plaats neemt met de lollige woorden 'oh oh was ik toch bijna mijn mondkapje vergeten op te zetten hihihi hahaha en met veel gevoel voor drama en overdreven veel toneeltalent doet hij olijk lachend het ding op zijn brave snoet.
Hij krijgt een levensgroot compliment van de dame op de drempel en wordt bijna onthaald wanneer hij als het zoetste jongetje van de klas het pand betreed. Dit is zo aanmatigend en deze heer van stand is zo fier op zichzelf. ik word hier ter plekke zo misselijk van, ik sta te kokhalzen en moet bijna overgeven. Wat een schertsvertoning, wat een poppenkast. Wat een beklemmende angst die deze mensen in de greep heeft.
Ik krijg opeens haast, wil weg uit deze verstikkende façade.
Ik bedank de dame beleeft en vervolg mijn eigen wijze pad. Ik moet nog een paar dingen bij de drogist halen en mag daar heel even de reddende engel zijn voor een mevrouw die behoorlijk paniekerig constateert dat ze haar telefoon plotseling kwijt is. Ik maan haar tot kalmte, we gaan rustig en gestructureerd haar gangen na en terwijl ik sta af te rekenen bij de kassa vraag ik haar nummer zodat ik haar toestel kan bellen.
Even plotseling als het ding kwijt was, komt het ook weer tevoorschijn. Zij, had het in een mandje gelegd en daar had iemand anders een boodschappenmandje overheen gezet.
Haha het ding trilt van blijdschap. De dame dankbaar en ik ook en de rij wordt langzaam korter, Ik bedank iedereen voor het geduld, stap op mijn trouwe stalen ros en fiets met een zomerbriesje door mijn haren naar huis. Wanneer ik mijn petit palais betreed, ben ik blij en dankbaar dat ik voor een paar weken niet meer naar het dorp hoef. Ik kies hier niet voor. Ik wens de gemaskerden niet meer te zien.
Zo blij dat ik geen shop fan ben.
Morgen worden mijn wekelijkse boodschapjes weer keurig bezorgd door de leukste thuisbreng kruidenier.
Daar ben ik heel blij en tevreden mee.
J©sephientje




Reacties
Een reactie posten